Zoeken
  • Henk Fonteyn

De morgen na de nacht van de vluchteling

Van 11 op 12 september liep ik de nacht van de vluchteling. Er is een bizar verband -hoe ver gezocht het op het eerste gehoor ook lijkt- tussen Nine Eleven – op de 11e exact twintig jaar geleden – en de nieuwe vluchtelingenstroom die uit Afghanistan te verwachten valt…

Een nacht slaap overslaan en veertig kilometer voetenwerk is pittig. Maar ik kon (en moest) die zondagmorgen toch ook nog voorgaan in de protestantse kerk van Bergharen, waar ik in mijn ‘Nacht van de Vluchteling’’ T-shirt (en met de medaille als bewijs!) de volgende preek gehouden heb. Na mij sprak een Syrische vluchteling die als jonge dienstplichtige niet in het leger van Assad tegen zijn eigen volk wilde vechten en langs avontuurlijke wegen uiteindelijk een nieuw thuis in Nederland gevonden heeft. Vandaag mijn preek als blog.


Uit de Bijbel lazen we: Ruth 1 en Mattheüs 1: 1-4 en 2:13-18


Vluchten is iets van alle tijden. Eigen grond verlaten, huis en haard, familie en land verlaten, dat komt altijd en overal weer voor, en daar weten ook Bijbelverhalen over te vertellen. Het werkwoord vluchten en variaties daarop treffen we meer dan 120 maal in de Bijbel. Het verlaten van het vertrouwde, het gekende, het eigene, van ‘versteende zekerheden’, zoals de dichter René van Loenen dat noemt in lied 816, is zelfs een oer-metafoor geworden voor de geloofsweg van ieder mens, sinds de roeping tot Abraham, de vader der gelovigen, kwam om land en familie te verlaten, zonder te weten waar hij komen zou. “Naar het land dat God zou wijzen…” Toegegeven, Abraham ging niet op de vlucht. Maar het lot van zekerheden achterlaten, al het vertrouwde, en niet weten waar je komen zal, deelt Abraham met elke vluchteling. En zoals gezegd, er wordt heel wat gevlucht in Bijbelse verhalen. Om allerlei redenen. Jacob vlucht voor zijn broer Esau, na frauduleus en opportunistisch gedrag.

Mozes slaat op de vlucht nadat hij een Egyptische kapo heeft doodgeslagen, acteur Helmert Woudenberg speelt er een pakkende eenakter over. De profeet Jona vlucht voor zijn roeping om in Ninevé tot ommekeer op te roepen. De Hebreeërs ontvluchten de slavernij in Egypte en worden daarbij zelfs niet tegengehouden door het water van de zee. Zoals ook vandaag talloze mensen de zee trotseren, op het allesbehalve denkbeeldige gevaar van verdrinking af!

Ja, mensen raken op drift, voor de dreiging van een invasie, voor natuurgeweld, voor vervolging. In de komende decennia zal wellicht vaker sprake zijn van klimaatvluchtelingen. Soms vlucht men om aan een veroordeling te ontsnappen, vaak omdat men niet te eten heeft, de kinderen een betere toekomst wil bieden, een mening te kunnen uiten of een geloof te belijden, omdat je vanwege je seksuele identiteit niet veilig bent, om te mogen leren en zich te ontwikkelen, om te kunnen ademhalen, vrij te zijn.

Mij trof het verhaal van Elimelek en Naömi. ‘Gelukszoekers’ zou Wilders zeggen, die hun land en volk verlaten om economische redenen. Je zou verwachten dat de Bijbelverteller daar ook wel een mening over zou hebben, een oordeel zelfs… Immers, Elimelek verlaat het land van belofte, waar ooit voorvader Abraham zijn leven lang naar onderweg is geweest. En meer dan dat: hij begeeft zich in “verboden gebied”, Moab, - waar andere goden worden aangeroepen. En ‘geen andere goden’, dat zit er in de joodse religie toch behoorlijk stevig in… Maar de emigratie van Elimelek wordt zonder kritisch commentaar vermeld, sterker nog, tussen de regels door wordt gesuggereerd dat hij zonder het te beseffen een weg gegaan is waar van Hogerhand regie over was. Immers, de Eeuwige heeft in zijn wijsheid koning David een niet-joodse grootmoeder toegedacht, opdat de kinderen van Abraham nooit zouden menen dat het beloofde heil, het Messiaanse rijk, alleen voor eigen volk is.

Let op hoe de evangelist Mattheüs, als hij eeuwen later Jezus’ stamboom tekent, tussen alle namen van mannen deze Ruth met name noemt.

Ook Jezus was een vluchtelingenkind. Zo’n kind dat nog helemaal geen overwegingen heeft, noch politiek, noch religieus, noch economisch. Dat alleen maar meegenomen wordt, meegesjouwd, meegesleurd, en hopelijk zijn ouders of andere zorgzame volwassenen om zich heen heeft en houdt. Al kort na zijn geboorte, we weten niet precies hoe lang daarna, moesten zijn ouders met hem vluchten voor de paranoïde Herodes, die net als ooit de Egyptische farao tot genocide besloot om zijn eigen dynastie tot in lengte van jaren veilig te stellen. Jozef en Maria zijn zuidwaarts gereisd. Zij hebben de woestijnreis door de Sinaï gemaakt, nog weer van een ander kaliber dan de reis van Nazareth naar Bethlehem, al was dat destijds ook geen dagtripje. Een van de Koptische kerkgebouwen in Cairo wordt door de Koptische christenen nog altijd met begrijpelijke trots aangewezen als gebouwd op de plek waar Jozef en Maria met Jezus asiel gevonden zouden hebben.

Vluchtelingen, we zijn er de afgelopen weken opnieuw heftig bij bepaald door de ontwikkelingen in Afghanistan. We hebben de wanhoop gelezen in de ogen van mensen die vrezen voor hun leven. Dat kan voor velen van ons misschien nog altijd ver van ons bed zijn, maar hier in deze kerk zijn in elk geval een aantal mensen, mezelf incluis, die in Afghanistan gewerkt hebben, daar ook lokale mensen hebben leren kennen, en daardoor met emotie en betrokkenheid volgen wat er gebeurt en wat er misgegaan is. Hoe dan ook, we kunnen allemaal wel invoelen, dat vluchtelingen voor alles normale mensen zijn die reageren op abnormale omstandigheden. ‘Zij’ zouden ‘wij’ kunnen zijn. En er zijn onder ons mensen die dat zelfs uit ervaring weten. In de Betuwe ken ik mensen op hoge leeftijd die weten te vertellen, dat ze driemaal in hun leven zo’n gedwongen evacuatie, zo’n vlucht, hebben meegemaakt. Eerst in de meidagen van 1940, vervolgens in de laatste maanden van 1945, beide keren vanwege het oorlogsgeweld, en in het voorjaar van 1995, toen de rivierdijken op breken stonden.

Een van de zeven werken van barmhartigheid in de christelijke traditie is het huisvesten van de vreemdelingen. Egbert Modderman, talentvol jong kunstenaar, is bezig die zeven werken te schilderen. Te bezichtigen in de Martinikerk in Groningen. Op de voorpagina van de liturgie ziet u een van de zeven werken, het huisvesten van de vreemdeling. Jozef en de hoogzwangere Maria, op zoek naar asiel, in Bethlehem, waar de mensen zeiden: sorry, vol! Let op die blik, die ogen, die houding van Maria! Die appelleert aan de menselijkheid van in dit geval de herbergier… Een appel dat in de afgelopen weken – maar eigenlijk al vele lange jaren – op ons, op Nederland, op Europa, gedaan werd en wordt.

Voor mij staat vast dat ons het denken, spreken en handelen inzake de toekomst van vluchtelingen aan onze grenzen begint bij het woord van Jezus, als hij zegt: wat je aan de minste der mensen hebt gedaan, heb je aan mij gedaan. Een woord in de bekende gelijkenis waaraan de zeven werken van barmhartigheid ontleend zijn. Jezus identificeert zich met wie zijn aangewezen op humaniteit, zorg en empathie, op barmhartigheid. Onverschilligheid ten aanzien van het lot van mensen in nood, racisme en vreemdelingenhaat staan volstrekt haaks op het evangelie.

Meestal slaap ik goed, ondanks alle leed en onrecht in de wereld. Maar voor een keertje, deze nacht van 11 op 12 september, de Nacht van de Vluchteling, ben ik er wakker voor gebleven. Dat doet nu een beetje zeer, 40 km is best veel. Maar daar kom ik wel overheen. Ik ben enorm geraakt en bemoedigd door het gezelschap van honderden medewandelaars, van alle leeftijden en kleur en nationaliteit, die – al dan niet christelijk geïnspireerd – voor alles de menselijkheid willen hooghouden. En dat, die humaniteit, is naar mijn stellige overtuiging de essentie en de toetssteen voor de deugdelijkheid voor elk geloof en levensbeschouwing, en in elk geval voluit een christelijke opdracht.



114 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven