top of page

Hebben ze op de Biblebelt misschien toch een punt? Een mijmering na de oudejaarsnacht

  • Foto van schrijver: Henk Fonteyn
    Henk Fonteyn
  • 2 jan
  • 2 minuten om te lezen

Wat een wonderlijk wezen is de mens. In staat tot onbaatzuchtigheid en grootmoedigheid, tot mens- en dierlievende inzet tot het gaatje, tot het componeren van muziek die je tot in het diepst van je ziel kan raken en moeiteloos de tand des tijds weerstaat, tot samenwerken en bouwen ( reken maar dat de Vondelkerk weer in volle glorie gaat herrijzen!), tot moed en zelfverloochening. Maar tegelijkertijd zijn we in staat tot redeloze agressie, racisme, vandalisme, zelfdestructie door grenzeloosheid en mateloosheid, hersenloos groepsgedrag, wrok, jaloezie en haat. En voor alle duidelijkheid: de door alcohol benevelde idioot die in de oudejaarsnacht zwaar vuurwerk naar hulpverleners gooit, kan maandag misschien weer een betrouwbare werknemer zijn die zonder mankeren zijn taken uitvoert en er nog een vriendelijk gezicht bij heeft ook. Anders gezegd: wij mensen zijn niet zo simpel in te delen in good guys en bad guys. Al kun je misschien wel zeggen dat de ene mens meer reflecteert over z’n eigen gedrag dan de ander. Daarbij helpt het vermoedelijk aanzienlijk wanneer je in je leven rekening houdt met de mogelijkheid dat er ethische basiswaarden bestaan die voor iedereen te allen tijd, zelfs in de oudejaarsnacht, geldigheid hebben. En misschien helpt het nog meer, wanneer je de mogelijkheid open laat dat er een Schepper, Hoogste Macht, Levensbron, of Vader in de hemel is aan wie we met ons leven verantwoording schuldig zijn. Maar zelfs wie daarvan uit gaat, zal zich niet te allen tijde vrij weten te houden van kleinzielig, egoïstisch, jaloers of laf gedrag. Zelfs niet van destructief of inhumaan gedrag. Ik las in de afgelopen week het boek ‘De Bible Belt’ van Jonah Falke. Als totale buitenstaander verdiept hij zich over een langere tijdsperiode in de wereld van de Refo’s. Door het bezoeken van kerkdiensten, het interviewen van kerkelijke kopstukken, het spreken met leerlingen en docenten aan de Driestar en zelfs door te logeren bij een reformatorisch domineesgezin. Persoonlijk ervaar ik doorgaans vooral afstand en vervreemding als ik kennis neem van wat zeg maar via het Reformatorisch Dagblad en de SGP naar buiten komt. Maar meekijkend door de ogen van deze auteur trof me nu ook het oprechte verlangen om een goed, door God gewild, leven te leiden, en een nuchter en eerlijk realisme als het gaat over ons menselijk gedrag. Zij benoemen dat met termen als ' de zondige natuur' of ' kinderen van Adam'. Zal ik zelf niet snel doen, maar ik moet onwillig toegeven: we zijn niet altijd Gutmenschen. De nacht van 31 december 2025 op 1 januari 2026 lijkt me afdoende bewijs voor deze bewering.

 


 
 
 

Opmerkingen


bottom of page