Zoeken
  • Henk Fonteyn

Koninklijk onderscheiden!

Van de week bij D. op bezoek geweest. D. is iemand met, zoals dat heet, een verstandelijke beperking. Hij was een bekende figuur op ons dorp, een groot fan van de plaatselijke voetbalvereniging, waar hij een vaste waarde langs de lijn was. Ook de kerk kon op zijn warme betrokkenheid rekenen en onder een van mijn voorgangers heeft hij zelfs belijdenis van zijn geloof afgelegd. Voor dat gebeurde, moest mijn voorganger trouwens wel de confrontatie aangaan met sommige leden van de kerkenraad die zeiden: ‘wat snapt zo’n zwakbegaafde daar nou van?’ Gelukkig was er een overtal aan wijzere mensen die uit meer levenservaring en zelfkennis allang wisten dat geloven bar weinig met 'verstand' te maken heeft. Lange jaren woonde D. bij zijn ouders, maar toen die hoogbejaard waren en de zorg niet meer aankonden, kreeg hij een plekje in ’s Heeren Loo, een zorgcentrum in het buurdorp. Daar woont hij nu al zo’n jaar of dertig en hij voelt zich er goed thuis. Op zondag is er in de grote zaal altijd een kerkelijke viering van hoog oecumenisch gehalte. In de coronatijd lag dat stil, tegenwoordig kan het gelukkig weer, want voor veel bewoners en vrijwilligers is dit een hoogtepunt in de week. In het verleden ging ik zelf regelmatig in deze vieringen voor. Ze kostten me dikwijls meer voorbereidingstijd dan een ‘gewone’ kerkdienst, want mijn ‘preek’ mocht niet veel langer dan een minuut of zeven duren, maar die zeven minuten moest ik dan wel iets zeggen dat aankwam. En als mijn verhaal niet uit mijn eigen hart kwam, was dat bij voorbaat een kansloze missie. Omgekeerd, wat ik echt uit mijn hart gaf, kon rekenen op hartelijke en hartgrondige reacties, van luide mondelinge instemming tot natte zoenen. Hoogtepunt in die vieringen was het aansteken van kaarsjes met gebedsintenties die door de bewoners werden genoemd. D. was daar altijd nadrukkelijk bij betrokken en noemde dan onveranderlijk alle namen van mensen die hij liefheeft of hoogacht. Het gezin van zijn zus, voormalige dorpsgenoten die in het ziekenhuis lagen (iets waar hij altijd naar vroeg) en ook de namen van alle predikanten die in zijn leven een rol speelden. Daarbij ook altijd mijn naam en die van mijn gezin. Ik was benieuwd of hij dat ook gedaan had tijdens de meer dan twintig jaar dat we elkaar niet meer gezien hadden en vroeg quasi grappig: D., heb je voor mij nog wel eens een kaarsje aangestoken? Zijn resolute antwoord raakte me diep: elke week dominee! Meer dan twintig jaar… zondag aan zondag, klonk mijn naam, genoemd door iemand met een trouw en warm hart. Vele duizenden Nederlanders zijn gisteren verblijd met een koninklijke onderscheiding. Zoiets zou aan D. vermoedelijk niet besteed zijn. Maar dat hij een waardevol lid van onze samenleving is en bijdraagt aan verbondenheid, is voor mij evident. Een ridder in de orde van de menselijkheid!


297 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven