top of page
Zoeken
  • Henk Fonteyn

Vissen, een mijmering op de valreep

Elk jaar lijkt me het cliché, dat bij het ouder worden de tijd sneller gaat, een klein beetje meer waarheid te worden. Alweer kerst, alweer oud en nieuw. Ik zeg het niet blasé, maar wel met enige weemoed. De zandloper blijft onverbiddelijk stromen en de onderste helft is voller dan de bovenste, even los van alle metafysica. Niet dat ik niet van metafysica zou willen weten. Maar een ‘life to come’, een ‘hereafter’, ‘eeuwig leven’, de hemel, of hoe je het dan ook wenst te omschrijven … het blijft een (te) grote uitdaging voor mijn verstand. En het vergt dan ook het uiterste van mijn vertrouwen in een macht, groter en liefdevoller dan ik kan bidden, hopen of bedenken. Intussen kan niets of niemand mij ervan weerhouden, soms te fantaseren over dat ‘hiernamaals’ Ooit schreef ik dit gedichtje:


VISSERS

Zie ik hen zitten

langs de waterkant

dan heb ik altijd beet

zie ik mezelf als jongen

aan de oever van de Waal

de Schie de Schelde

het Noord Hollands kanaal

ons brood verpakt

in vetvrij papier

een zelfgemaakte bal gehakt erbij

de thermoskan met koffie, zwart en zoet

genoeg voor een dag

saamhorig turen

we zeiden niet zo veel

maar we wisten,


mijn vader en ik,


ons bij elkaar op ons gemak


het heeft te kort geduurd

maar God zag

dat het goed was


Droom ik me ‘eeuwigheid’, dan is dit een van de beelden. Met mijn vader, (en tegenwoordig: met mijn zoons en kleinzoon er ook bij), saamhorig zwijgend aan de waterkant, met een hengeltje en een thermoskannetje koffie. En ja, ook alle andere geliefden zijn er bij (net als al die anderen trouwens ...), maar die houden niet van vissen.

(Het gedicht staat in de bundel Zusterlief Broederlief, gedichten en schilderijen bij het Zonnelied van Franciscus van Assisi, uitgave Anderszins, Ermelo 2017)


183 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven
bottom of page