WAT JE ALLEMAAL OP JE REVERS KUNT SPELDEN
- Henk Fonteyn

- 2 minuten geleden
- 2 minuten om te lezen
Ooit liepen – het was in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog – mensen met een gebroken geweertje op hun revers. Achteraf, in het licht van de gebeurtenissen van 40-45 – is hun dat verweten, zijn ze erom beschuldigd, geminacht en bespot. Alsof zij met dit symbool impliciet hun goedkeuring zouden hebben gehecht aan alle gruweldaden van Hitler en zijn bende. Dat lijkt me een onverdiend verwijt.
Je kunt je natuurlijk afvragen of totaalpacifisme haalbaar en zelfs wenselijk is in deze wereld, waar tirannen nu eenmaal niet vatbaar zijn voor ethische overwegingen en zelfs niet bereid zijn om internationaal afgesproken spelregels te volgen. Maar het gebroken geweertje was, voor zover ik dat kan beoordelen, vooral een uiting van intens verlangen dat we als mensheid onze geschillen anders zouden leren oplossen dan zoals dat in de jaren 1914-1918 was gebeurd.
Ik sla even een aantal decennia over. Na de val van de Muur en de onttakeling van de voormalige Sovjet-Unie leek het erop dat we onze defensiemacht konden omvormen tot een soort groen Leger Des Heils. Schooltjes bouwen, kleinschalige ontwikkelingsprojecten initiëren, politiemensen opleiden, kortom, meehelpen aan een wereld waarin democratie en mensenrechten hoog in het vaandel stonden.
Rond het jaar 2000 trad ik toe tot de wereld van Defensie en bijna vijftien jaar heb ik me als geestelijk verzorger bij de Koninklijke Landmacht met hart en ziel verbonden geweten aan de mensen in deze organisatie. Maar een groen Leger des Heils was het natuurlijk niet. En hoewel ik geen militaire collega’s heb ontmoet die ‘sneuvelbereid’ waren en niet konden wachten tot het menens werd, was men zich er terdege van bewust dat het ondergaan en uitoefenen van geweld tot de reële mogelijkheden behoorde. Hoe dan ook, ik durf te zeggen dat we in de internationale missies waarin we als Nederlandse krijgsmacht geparticipeerd hebben, naar eer en geweten ons werk hebben gedaan. Of dat allemaal even effectief en zinvol was is een andere kwestie. Maar ik draag mijn veteranenspeld met trots en zal me er nooit voor schamen.
Maar hoe iemand het kan verzinnen om zonder enige gene en schaamte het wurgkoord van een galg op z’n revers te dragen, kan ik niet begrijpen. En op deze Goede Vrijdag roept het beeld van deze religieuze fanatieke politicus allerlei nare associaties op.





Opmerkingen