Gedichten aan de bomen – Overpeinzingen op het Pieterpad (12)

Vrouwlief en ik zijn, ongeveer twee jaar nadat we in Pieterburen als nieuwelingen de eerste schreden op het Pieterpad zetten, intussen opgerukt naar Venlo. Afgelopen zondag en maandag hebben we twee mooie trajecten onder onze voeten laten ritselen en kraken ( u snapt, afgevallen blad, afgewaaide dorre takjes en heeeel veel beukennootjes). Heel onderhoudend en levenswijs zijn de gedichten van Yvonne Mulder in een stuk bos bij Tienray, te lezen op kleine houten bordjes die met een stevig stuk touw aan de bomen zijn bevestigd. Het kost wel tijd om ze allemaal te lezen en tot je door te laten dringen. En omdat de zon al behoorlijk achter de horizon begint te zakken (die zaterdag ervoor was juist de wintertijd ingegaan) moeten we tot onze spijt veel levenswijsheid letterlijk mislopen. Daar staat dan weer tegenover dat we op diverse momenten tijdens onze tweedaagse heel onderhoudende en ook levenswijze mensen tegenkomen. Ik wijs onze medewandelaars graag op een adresje in Lottum, - als het schoolbord aan de weg staat zijn ze thuis en bent u welkom, het is niet te missen - waar een echtpaar van respectabele leeftijd zich alle moeite geeft om vermoeide lopers van koffie, thee, soep en tosti’s te voorzien, met als bonus een goed gesprek. Onze dankbaarheid voor de genoten gastvrijheid kunnen we omzetten in een donatie voor een hockeyvereniging waar mensen met een fysieke beperking hun sport kunnen beoefenen in een aangepaste rolstoel. Weer iets verder onderweg richting Grubbenvorst, stuiten we op de Heilige Familiekapel, een intiem gebouwtje waar je zomaar binnen kunt lopen en een kaars kunt aansteken. Als mensen van boven de rivieren valt ons hier in Limburg op hoeveel er nog herinnert aan een van het rooms-katholieke geloof doordrongen cultuur. Een religie waarin het beeld minstens even belangrijk is als het woord. Ik ben – al ken ik uiteraard de talloze afbeeldingen die in de beeldende kunst van deze gebeurtenis bestaan – telkens even van mijn stuk als ik in de publieke ruimte zo’n manshoog crucifix met een levensecht uitgebeeld gemarteld lichaam passeer. Ik ben benieuwd hoe het is wanneer je daar van jongs af aan mee groot wordt. Zou het dan na verloop van tijd net zo gewoon zijn als de bushalte of het uithangbord van de plaatselijke kroeg?





Opmerkingen