Hoera, ik deug! Alweer een VOG gescoord! Zin en onzin rond een gevoelig onderwerp
- Henk Fonteyn

- 5 dagen geleden
- 2 minuten om te lezen
Sinds mijn dertigste ben ik predikant. Ik heb al die jaren – het zijn er intussen meer dan veertig - de verleiding om misbruik van kwetsbare mensen te maken, weten te weerstaan. Ik zeg niet dat er geen situaties geweest zijn waarin een misstap mogelijk of denkbaar zou zijn geweest. Voor alle duidelijkheid, de gedachte aan kindermisbruik is nooit bij me opgekomen. Maar er waren legio omstandigheden, waarin ik als pastor – geduldig, empathisch, begrijpend, alle tijd en ruimte biedend aan het verhaal en de emoties van de (vrouwelijke) gesprekspartner – het volstrekte tegenbeeld was van de afwezige echtgenoot die naar haar zeggen alleen maar aan zijn werk en aan voetballen dacht. Het was voor dat soort situaties dat dr. Van der Velden die in mijn studietijd het vak ‘Pastoraat’ gaf aan de kerkelijke opleiding in Utrecht, ons als aanstaande pastores het dringende advies meegaf: zorg dat er altijd een salontafeltje tussen jou en de ander in staat. Met andere woorden: erotiek kan, ook zonder voorbedachte rade, gaan meespelen in het pastoraat! De machtsverhoudingen zijn ongelijk en juist degene met de meeste ‘macht’ is niet immuun voor de verleidingen daarvan.
Ik ben me ervan bewust dat juist ook in religieuze context ongelijke machtsverhoudingen tot allerlei vormen van misbruik kunnen leiden. De praktijk spreekt boekdelen. Dat neemt niet weg dat ik inwendig veel weerstand voel bij het feit dat ik – na meer dan veertig jaar integer mijn werk te hebben uitgeoefend – nu bij elke organisatie waar ik me als vrijwilliger of als emeritus predikant inzet, geacht wordt een VOG te kunnen overleggen. Komende zomer mag ik een kerkdienst voor campinggasten verzorgen op een van de campings van RCN (Recreatie Centra Nederland). Dat heb ik al vele jaren gedaan, zonder me in zo’n uurtje aan een mogelijk kwetsbare kerkganger vergrepen te hebben. RCN is afgelopen jaar overgenomen door een buitenlandse investeerder van Amerikaanse snit. Ik kan niet aantonen dat het met een daarmee samenhangende bedrijfscultuuromslag samenhangt, maar het zou me niet verbazen: dit jaar werd ik gesommeerd, een VOG aan te vragen. Een Verklaring Omtrent Gedrag. Voor een paar tientjes verstrekt overheidsinstantie Justis zo’n verklaring, waarin gemeld wordt dat ik niets op mijn kerfstok heb. Maar mocht ik het volgende maand tijdens de campingkerkdienst toch op mijn heupen krijgen en me voor het oog van alle kerkgangers tijdens de vijf kwartier van dienst-met-koffie-na onverhoopt vergrijpen aan een schattig kleutertje, dan kan iedereen die mij podium heeft gegund, zeggen dat alle voorzorgsmaatregelen genomen waren. Deze dominee had nota bene een Verklaring Omtrent Gedrag op zak!
Waarom heb ik hierbij onverminderd het gevoel dat we een paard achter de wagen aan het spannen zijn. Dat organisaties, organen, besturen en leidinggevenden zich met dit hele gedoe angstvallig indekken voor het geval mensen voor wie zij verantwoording dragen, in de fout gaan. Zeker, aan mensen in machtsposities moeten hoge integriteitseisen gesteld worden! Maar hoewel goed gedrag in het verleden niet altijd een garantie voor de toekomst is, denk ik dat ik na zoveel jaar integere uitoefening van mijn werk wel enig vertrouwen verdiend heb. Afgezien daarvan, hoe zou ik, zelfs met de meest vileine bedoelingen, ook maar iets kwaads kunnen uitrichten tijdens een kerkdienst op het terras van een camping aan het Veerse Meer, omringd door een vijftigtal campinggasten?





Opmerkingen