Zoeken
  • Henk Fonteyn

Wat is de mens?

In het voorwoord op ‘Homo Deus’, de bestseller van Yuval Noah Harari, schrijft filosoof Bas Heijne: “… nieuwe wetenschap leert ons dat het zelf, het ‘ík’ niet bestaat. Het is ons brein, dat ons wijsmaakt dat we ‘iemand’ zijn. Wie we zijn en hoe we onszelf beleven is een constructie die iedere vaste kern ontbeert. Wanneer we in ons hoofd kijken, komen we veel tegen, maar geen ziel en zelfs geen ‘zelf’.” Ik krijg het bijna fysiek koud van deze pretentieuze stelligheid en de verafgoding van de “nieuwe wetenschap” die hierin opklinkt. En ik vrees voor de mogelijke ethiek die met een dergelijke mensvisie verbonden kan zijn, al ben ik ervan overtuigd dat ook voor Heijne en Harari de natuur sterker is dan de leer.

Hoezo geen ziel, geen ‘ik', geen ‘zelf’? Na lezing van Harari – uitstekend geschreven, maar wat laat het me met een onvoldaan gevoel zitten!- kreeg ik onverwacht het boekje ‘Kijk op de ziel ‘van de jonge theologe Martine Oldhoff in handen. Vijf korte hoofdstukjes met gespreksvragen, om iets mee te doen in een kring van mensen die vermoeden dat “wij zijn ons brein”, laat staan een nog plattere mensvisie, niet de hoogste wetenschap, en zeker geen wijsheid, over ons bestaan vormt. Staande uitdrukkingen als zielsverwantschap, zielsmedelijden hebben, zielsgelukkig zijn, soulmate, doen al vermoeden dat we er ons tot in onze diepste vezels van bewust zijn (of misschien komen dit soort omschrijvingen juist uit een diepere laag dan ons bewustzijn), dat we meer zijn dan ons brein of lijf. Oldhoff beschrijft helder wat er in de Bijbelse geschriften zoal over nefesj, psyche en pneuma wordt gezegd. Ze laat zien hoe Bijbelvertalers geworsteld hebben met de weergave daarvan. Maar uiteindelijk volgt een glasheldere conclusie, waarbij de ziel bij alle verandering toch altijd dat unieke ‘ontvankelijke ik’ van elk mensenkind aanduidt. De 'ik' die door God kan worden aangesproken en bij name geroepen.

Als het straks allemaal weer veilig kan, raad ik mijn collega’s aan om dit boekje in het vormingswerk een prominente plek toe te kennen. Ik houd het voor mogelijk dat veel mensen daar dankbaar voor zullen zijn. Omdat het gaat over een warme kant van geloven die we allemaal nodig hebben, maar die in de mainstream-kerk (waarin ik mijn geestelijk thuis heb) misschien wel eens te weinig nadruk krijgt, uit angst voor ultra-gereformeerde bevindelijkheid of evangelisch simplisme. Bovendien hangen er grote ethische consequenties aan deze mensvisie. Immers, ook als ‘’dor hout” blijven we van waarde als uniek mens voor Gods aangezicht, blijft Hij ons kennen tot in ons diepste wezen, ook als we, bijvoorbeeld door dementie of alzheimer, vreemden voor elkaar en voor onszelf worden. Misschien zijn mensen die "wij zijn ons brein" als hoogste levenswijsheid huldigen, wel een beetje zielig...




Martine Oldhoff, ‘Kijk op de ziel’, uitgave Kok/Boekencentrum, € 6,99

226 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven